Op vrijdag de dertiende maakte het CBS bekend dat de groei in Nederland in het derde kwartaal afgevlakt is tot zo goed als nul. Tegenvallende aardgasbaten en een zwakke exportpositie, stond in de krant. En eigenlijk is dat geen verrassing meer.

Al sinds 2009 dalen de aardgasbaten, en eigenlijk is het oliedom dat we onze verzorgingsstaat zo afhankelijk hebben gemaakt van het ‘gas’. We hadden vandaag zelfs een potje van € 360 mrd kunnen hebben, maar met de opbrengsten van 2700 miljard kubieke meter gas hebben we de Oosterscheldekering en de HSL gefinancierd en we geven het ook nog steeds uit aan subsidies en uitkeringen. En de gaskraan gaat steeds verder dicht.

We hebben dus een nieuw verdienmodel nodig voor de BV Nederland. Gebaseerd op onze kracht: creatieve en integrale oplossingen leveren aan grootstedelijke ontwikkelingen in de wereld. We hebben immers ons eigen land als een mooi voorbeeld van een groene en gezonde ‘stad’ met allerlei slimme, effectieve en integrale oplossingen.

Ik was de afgelopen week in Kaapstad en Johannesburg. Miljoenensteden, waarvan Afrika er ruim vijftig heeft. En er is veel behoefte aan gezond voedsel voor de groeiende middenklasse. Aan slimme logistiek, efficiënt watergebruik en duurzame energie oplossingen. Zoveel mogelijk lokaal. Zoveel mogelijk decentraal.

We moeten dus nieuwe inkomsten genereren uit de ‘green, circular and low-carbon’-ontwikkelingen in de grote steden, als ‘boost’ voor onze exporterende en internationale bedrijven. Waar wachten we eigenlijk nog op?

Nou, dat zal ik u vertellen: de enige innovatie die Nederland op dit moment nodig heeft, is bestuurlijke innovatie. Nederland vergrijst, oudere werknemers zijn door allerlei voorzieningen relatief duur, de arbeidsmarkt is verre van flexibel en talent uit het buitenland aantrekken is nog steeds een drama vanwege de huidige regelgeving en hoge kosten. En jong talent hebben we hard nodig. Net als de ruimte om te innoveren.

Om Nederland op de kaart te zetten als een innovatieve, groene, circulaire hotspot is een ‘launching customer’ nodig en de overheid kan ons daar enorm bij helpen: een eerste betalende klant is de basis voor vervolgopdrachten en financieringsmogelijkheden en daarmee voor verdere groei!

Maar in plaats daarvan maakt de overheid zich vooral druk om de aanbestedingsregels en heerst de angst voor staatssteun. Zo worden projecten ter verduurzaming van de bouwsector uitbesteed aan buitenlandse bedrijven, terwijl we die kennis gewoon in Nederland hebben. Zo vertelde Aukje Kuypers van Kuijpers Installaties mij dat de huidige ontwikkelingen met betrekking tot de aanbestedingen leiden tot vernietiging van kennis en kunde, verspilling van (publiek) geld, onnodige risicoverhoging voor de aanbieders en het verloren gaan van talent en creativiteit. Het draagt absoluut niet bij aan een wereld die ‘toekomstbestendig’, ‘circulair’ en ‘maatschappelijk verantwoord’ zou moeten zijn. Deze regels werken juist kortetermijndenken en verschraling van onze economie in de hand, zei Aukje.

Dus wat moeten we doen? We kunnen van Nederland een broedplaats maken voor internationaal, aanstormend creatief talent, een proeftuin voor duurzame initiatieven! We gaan ondernemen! En ondernemen doe je nooit alleen, dat doe je samen, over grenzen van sectoren en van landen heen. Zo geven we ons land weer een toekomstperspectief en iets om trots op te zijn.

En de overheid? Die kan ons daarbij helpen in de rol van launching customer, met ambtenaren met lef en politici met visie. En daar hoeven we niet te lang mee te wachten, daar kunnen we vandaag al mee beginnen!

Column 3 Financieele Dagblad, 27 november 2015