Europa. Ik wil het er niet echt over hebben, maar wel even noemen. Uiteindelijk zijn er ‘global’ gezien voldoende redenen om voor versterking van de handel en een machtigere stem richting andere grootmachten te zijn. Maar vanuit ‘local’-perspectief zijn er genoeg bedenkingen bij allerlei opgelegde regels en de interpretatie daarvan. Met als gevolg doorgeslagen aanbestedingsregels en een overdreven angst voor staatssteun.

Het streven naar een ‘level playing field’ levert niet altijd het gehoopte resultaat op. Misschien wel binnen Europa, maar hoe zit het met de rest van de wereld? Welke grenzen denken we tegenwoordig nog te kunnen trekken?

‘Think global and act local’ is voor veel ondernemingen de succesformule geweest om internationaal te kunnen groeien. Daarnaast: focus. Niet alles tegelijkertijd willen. Iets implementeren en dan ook echt tot een succes maken of er op tijd mee stoppen.

En vandaag wordt met alle internationale dynamiek een langetermijnvisie steeds belangrijker. Met een hoog tempo van implementatie en door duidelijke thema’s te kiezen die uiteindelijk hetzelfde doel dienen: continuïteit voor de onderneming, mogelijkheden om te groeien en een ambitie realiseren die aantrekkelijk is voor jong talent.

En dat geldt ook voor ons land. Los van Europa is er in Nederland nog genoeg te doen. Eerst het eigen huis op orde. We moeten weer gaan investeren, en we zijn echt al aan de late kant. We besteden nog steeds veel te veel tijd aan ons gepolder. Landelijke overheid en provincies stimuleren versnippering door allerlei sterk op elkaar lijkende initiatieven financieel te steunen. We hebben veel goede universiteiten maar ondertussen beginnen die te concurreren met het bedrijfsleven omdat hun eigen verdienmodel niet meer klopt. We houden patenten op de plank terwijl innovatie juist gericht zou moeten zijn op implementatie. We weten dat het gas op raakt en dat ons sociale vangnet daarvan afhankelijk is, maar we zijn nog niet bezig met een nieuw verdienmodel voor de BV Nederland. En we denken dat je arbeidsparticipatie stimuleert door allerlei subsidies en toelagen, wetten en regels. Gevolg: diverse instanties moeten dit ingewikkelde systeem weer controleren. Terwijl je de verantwoordelijkheid voor arbeidsparticipatie gewoon moet neerleggen waar ze hoort: bij de mensen zelf.

En ik weet één ding zeker: als de overheid de rol van aanjager niet pakt, doen de steden het. Daar wonen de mensen die het anders willen. Daar ligt de basis van allerlei nieuwe businessmodellen. Mensen die met nieuwe technische mogelijkheden en een integrale benadering zelfs milieuproblemen helpen oplossen. Samen met de stadsbesturen. Maar zonder een landelijke overtuiging van waar we met elkaar naar toe willen, duurt ook dat veel te lang.

Als we zaken willen veranderen in Nederland, dan hebben we ondernemers met ambitie, ambtenaren met lef en politici met visie nodig om naar een ‘next level’ te komen. De ondernemers hebben recent de eerste stap gezet: met het NL Next Level-initiatief hebben VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland een statement gemaakt en worden de komende maanden voorstellen ontwikkeld om als ondernemers een bijdrage te leveren aan het Nederland van de toekomst. Die voorstellen richten zich op onder meer op Nederland als Sustainable Urban Delta, ondernemerschap, innovatie, digitalisering en mainports.

Nu moet de politiek de volgende stap zetten. Ik kijk ernaar uit dit in de partijprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen terug te zien.